In de druk bezochte presentatie voor het basisonderwijs gaf Dorothea Novák, toetsdeskundige en onderwijsadviseur bij het ABC, een presentatie. Zij is auteur van de notitie Monitoren kwaliteit.taalonderwijs. In de notitie worden aanbevelingen gedaan over de toetsen die per groep en per deelgebied van taal in aanmerking komen om te worden opgenomen in de kwaliteitsmonitor. Er kwamen de veel toetsen aan de orde. Zowel de spreekster sloot af met de aanbeveling dat vanuit inhoudelijk en functioneel oogpunt beschouwd, niet de naam van het toetsinstituut, maar wat je wil toetsen en om welke redenen onderwerp van de discussie moeten zijn in de school. Beter onderwijs voor alle kinderen, met welke onderwijsbehoefte dan ook, start bij het inzicht in hoe je de ontwikkeling van elk kind kunt monitoren. Dat begint volgens de notitie bij de inhoudelijke keuze voor een toets en eindigt via de analyse van de resultaten van de toets bij de acties die nodig zijn om het kind een stapje verder te helpen in zijn ontwikkeling.
Voor het voortgezet onderwijs sprak Ton Erkelens van de CITO-groep uitgebreid over toetsing. Ton focuste in zijn presentatie expliciet niet op de slechter wordende taalvaardigheid van de leerlingen in het voortgezet onderwijs, maar op de problemen die kunnen ontstaan door een slechte taalvaardigheid van docenten. Met een aantal voorbeelden uit de praktijk schetste hij dat veel toetsvragen vaag, onduidelijk, dubbelzinnig of helemaal onzinnig waren. Dat dat de toetsresultaten beïnvloedt, dat staat buiten kijf. Ton drong erop aan dat docenten kritischer gaan kijken naar hun eigen toetsen en wellicht schoolbreed een bepaalde manier van vragen hanteren. Op deze manier wordt het voor de leerlingen immers sneller duidelijk wat er gevraagd wordt. Bovendien kan er volgens Ton meer nagedacht worden over de functie van de toets. Waarom toetsen we? Boven alles: doe iets met de resultaten. Vaak is een nabespreking van de toets heel verhelderend voor leerlingen. Met een aantal praktische tips en handvatten besloten we deze bijeenkomst.