Taalweb






Taalbeschouwing

Taalbeschouwing wordt onderwezen als doel tot iets anders, namelijk het bevorderen van de taalbeheersing/taalvaardigheid van de leerlingen, of het vergemakkelijken van het geven van vreemdetalenonderwijs. Daarnaast wordt taalbeschouwing onderwezen omdat ze deel uitmaakt van de algemene ontwikkeling die leerlingen op school moeten opdoen, en/of omdat ze voor leerlingen verrijkende en interessante inzichten bevat. Onder taalverzorging verstaan we de activiteiten die ondernomen moeten worden om correct te schrijven. Hieronder wordt tenminste verstaan het correct spellen van woorden en het gebruiken van de juiste leestekens.

Onder taalverzorging verstaan we de activiteiten die ondernomen moeten worden om correct te schrijven. Hieronder wordt tenminste verstaan het correct spellen van woorden en het gebruiken van de juiste leestekens.

Op 9 december zal er naast aandacht voor taalverzorging ook aandacht zijn voor de referentieniveaus voor rekenen en hoe daarmee om te gaan in de scholen.

Voor po wordt aan de volgende onderwerpen gedacht:

  • Hoe maak je leerlingen bewust van en verantwoordelijk voor hun eigen taalleerproces?
  • Welke effect heeft een taalvaardigheidsbewustzijn op de leerling? Op welke wijze kan het onderwijs daar zijn voordeel mee doen?
  • Op welke wijze kunnen ouders een meerwaarde betekenen bij het taalleerproces van hun kinderen?
Voor het vo wordt aan de volgende onderwerpen aandacht besteed:
  • Taalbewustzijnsopbouw vanuit verschillende invalshoeken bekeken.
  • Grammatica Hoe te breng ik dat over?
  • Eigenaarschap van vorderingen in relatie tot de ontwikkeling van het webbased portfolio.

Op 9 december zal er ook aandacht zijn voor de referentieniveaus voor rekenen en hoe daarmee om te gaan in de scholen.

In onderstaande tabel zijn de vaardigheden weergegeven die worden verwacht binnen de beschreven taalbeschouwingen (Meijerink e.a., 2008).

Groep 3-4 Groep 5-6 Groep 7-8 Voortgezet onderwijs
Lettergreep, punt, komma, uitroepteken,vraagteken, aanhalingsteken, bladzijde, woord, zin, hoofdletter, uitspraak, titel, hoofdstuk, regel Uitbreiding van leestekens, spelling en grammatica Puntkomma, paragraaf, articulatie, klemtoon, intonatie, spreekpauze, homoniem, vakjargon, moedertaal,tweede taal, vreemde taal, standaarddialect, meertalig, formeel en informeel taalgebruik, hoofdgedachte (van tekst),tekstthema, lijdend voorwerp*, meewerkend voorwerp*, bijwoord*, voegwoord*, voorzetsel*, (persoonlijk, bezittelijk en aanwijzend) voornaamwoord*, hoofdzin*, bijzin* Doelgericht en publieksgerichtheid (van tekst), uiteenzetting,betoog, beschouwing, hoofd- en subargument, verwijzingsrelatie (in een tekst), tekststructuur, tekstordening, stilistische adequaatheid, signaalwoorden en -zinnen, presentatiekenmerken (van mondelinge en schriftelijke tekst)